Ruiten kunnen beslaan, maar ze kunnen ook aanslaan.
‘Beslaan’ en ‘aanslaan’ hebben in dit verband dezelfde betekenis, namelijk ‘overdekt worden (met vocht)’.
Een van de betekenissen van beslaan is volgens het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’ iets overdekken’.
Van deze betekenis is sprake in het volgende citaat van Huygens: ‘Dat geen’ graeuwheid ’s Hemels blaeuwheid Mogh’ beslaen.’
Oorspronkelijk had ‘beslaan’ alleen deze actieve betekenis en was uitsluitend een constructie als ‘Het vocht beslaat de ramen’ mogelijk.
Maar uit de actieve betekenis ‘iets overdekken’ is de passieve betekenis ‘overdekt worden’ voortgekomen.
Dit wordt ‘subjectsverwisseling’ genoemd: het oorspronkelijk onderwerp bij ‘beslaan (het vocht)’ is vervangen door het zinsdeel dat aanvankelijk lijdend voorwerp was (‘de ruiten’).
‘Het vocht beslaat de ruiten’ is veranderd in de tegenwoordig gebruikelijke variant ‘De ruiten beslaan’.
Ook bij ‘aanslaan’ heeft zich subjectsverwisseling voorgedaan.
Aanvankelijk betekende ‘aanslaan’ alleen ‘zich aan het oppervlak vasthechten’, maar later kreeg het ook de passieve betekenis ‘overdekt worden (met vocht)’.
Dat deze betekenis niet nieuw is, blijkt uit het feit dat Van Dale al in de vierde druk (1898) de voorbeeldzin ‘De ruiten slaan aan’ opnam.

Door Redactie